WebPages on Taakgerichte Hulpverlening


Topics:


Nieuwe ontwikkelingen in Nederland

Project Casusconsult

Gedurende het afgelopen jaar is in Nederland gewerkt aan het project Casus consult waarvan de opzet is om een database te ontwikkelen voor maatschappelijk werkers. De database wordt samengesteld aan de hand van casussen uit de praktijk van het maatschappelijk werk. De casussen worden gescreend en gestructureerd aan de hand van een model dat in het afgelopen jaar is ontwikkeld.

Tot nu toe zijn tweeëntwintig casussen in de database opgenomen. Op verschillende bijeenkomsten en studiedagen van maatschappelijk werkers is het prototype van het model gedemonstreerd. De reacties op het model waren overwegend positief. De casussen waarmee op basis van TGH (taakgerichte hulpverlening) was gewerkt bleken door de heldere structuur en inzichtelijkheid van de aanpak een waardevolle bijdrage voor de opbouw van de database te leveren.

 

Project Care 4 en TGH

Het softwarebedrijf Nedercare in Rotterdam dat het programma Care 4 heeft ontwikkeld voor hulpverleningsinstellingen is in samenwerking met Nel en Lou Jagt bezig in dit programma het hulpverleningsmodel TGH te integreren. De logische opbouw en de heldere structuur van TGH leden zich bij uitstek voor deze toepassing. Het streven is in het najaar van 2000 een prototype gereed te hebben.

 


Congres Taakgerichte Hulpverlening In Nederland, 1998

Het was voor de eerste maal in de geschiedenis van TGH (TaakGerichte Hulpverlening) dat een internationaal congres werd gehouden en de organisatoren, de Hogeschool Brabant en de Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werkers (NVMW) zijn er bijzonder trots op dat dit congres in Nederland kon plaats vinden.

TGH heeft van begin af aan in Nederland veel weerklank gevonden. Kort na de publicatie van de boeken van Reid en Epstein in de VS, verscheen deze vakliteratuur in vertaalde vorm op de Nederlandse markt. Buiten de VS is er geen ander land waar zoveel vertaalde en oorspronkelijke literatuur over TGH is gepubliceerd als in Nederland.

In persoonlijke contacten met professor Reid die dateren vanaf 1993 hebben Nel en Lou Jagt, auteurs van Nederlandse literatuur over TGH, het idee om een internationaal congres over TGH te houden, stap voor stap uitgewerkt. Voor concretisering van de plannen werden de Hogeschool Brabant en de NVMW bereid gevonden om te participeren. De uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum waarbij alle boeken van Reid en van Jagt & Jagt zijn verschenen, wilde als hoofdsponsor van het congres optreden.

Doel van het congres werd het geven van een overzicht van belangrijke ontwikkelingen van het model tot nu toe, aandacht schenken aan enkele bijzondere toepassingen en het stimuleren van verdere verspreiding van het model.

Als inleiders op het congres traden op: professor Dr.William Reid, medegrondlegger van het TGH model, professor Dr. Cindy Bailey-Dempsey, voormalig medewerkster van Reid en nu werkzaam aan de Columbia University in New York, professor Dr.Ronald Rooney, voormalig student van Reid en nu werkzaam aan de Universiteit van Minnesota, Dr. Peter Marsh, universitair docent aan de Universiteit van Sheffield, Dr.Geert van der Laan, hoogleraar aan de bijzondere leerstoel maatschappelijk werk aan de Universiteit van Utrecht, Leo van der Ark van de NVMW en Lou Jagt, mede-auteur van Nederlandse literatuur op het gebied van TGH. Daarnaast waren er op het congres bijdragen van de volgende Nederlandse maatschappelijk werkers: Rietje van Bijnen en Helma Lyklama van de St.Welzijn Oosterhout, Mery Anne Lens van het NIM Nijmegen, Ferry Sleebe en Marjan Steggink van de St. AMW Den Bosch, Iet Faber van de St. Thuiszorg Den Helder, Paul van Hoof van de reclassering Nederland Unit Breda en Suzan de Smidt van de afd.Medisch maatschappelijk werk van het Academisch ziekenhuis te Groningen. Zij allen waren betrokken bij een onderzoek naar de toepassing van TGH in hun praktijk.

De congresactiviteiten hebben zich uitgestrekt over twee dagen. Op de eerste dag werd het voor iedereen toegankelijke congres gehouden in het Congrescentrum van de Beekse Bergen in Hilvarenbeek. Op deze dag werden ' 's morgens de inleidingen gehouden en 's middags de workshops. Op de tweede dag vonden studiebijeenkomsten plaats voor studenten in de Hogeschool Brabant te Breda en voor studenten van de Hogeschool van Amsterdam in Amsterdam.

In totaal namen 450 personen aan deze bijeenkomsten deel. Veel deelnemers vonden dit congres zeer levendig en in vele opzichten zeer geslaagd.

Reid benadrukte in zijn inleiding dat TGH is ontworpen als een open, pluralistisch systeem voor de praktijk van het maatschappelijk werk, dat in staat zou zijn theoretische en technisch bijdragen vanuit diverse hoeken te integreren. Logisch gevolg van deze opzet was dat in het model niet zou worden uitgegaan van één bepaalde theorie over het menselijk functioneren of van een vaststaan pakket aan interventietechnieken. Wat het wèl verschafte was een basis van uitgangspunten, theorie en methoden die de basis vormden van waaruit het model kon worden uitgebreid met benaderingen die hierop aansloten. Methoden werden overgenomen uit de gedragstherapie, de cognitieve therapie, de structurele gezinstherapie en de RET. Het streven was om methoden op te nemen die waren ontstaan uit onderzoek naar acties en taken van cliënten. TGH is een model dat uit het maatschappelijk werk is voortgekomen en door voortdurend onderzoek door maatschappelijk werkers en onderzoekers verder is ontwikkeld. Tot recente ontwikkelingen behoren:

1.een generalistische taakgerichte benadering die kan worden toegepast in het werken met individuen, gezinnen, groepen, organisaties en gemeenschappen

2.een model voor taakgerichte supervisie

3.taakgericht casemanagement voor schoolmaatschappelijk werk

4.taakgericht werken met onvrijwillige cliënten

5.taakgericht werken met ouderen

6.een taakplanner waarmee wordt bedoeld een overzicht van taken voor 150 problemen die maatschappelijk werkers in hun praktijk tegenkomen

6.een website voor TGH op het internet

Rooney gaf in zijn inleiding een overzicht van de door hem ontwikkelde strategieën voor het werken met onvrijwillige cliënten en TGH. Rooney betoogde dat de mate van onvrijwilligheid bij cliënten sterk kan variëren. Hij maakt een onderscheid tussen wettelijk onvrijwillige cliënten (reclassering, jeugdzorg) en sociaal onvrijwillige cliënten (verwijzingen door huisarts, partner, politie, school, etc). In veel situaties is er sprake van een keuzemogelijkheid, hoewel die minder is dan is vrijwillige situaties. Het hele voortraject bij onvrijwillige cliënten vraagt om een heldere, tactvolle aanpak. Is het eenmaal gelukt om tot een bepaalde overeenstemming te komen dan geeft TGH volop mogelijkheden voor een effectief vervolg van de aanpak.

Bailey-Dempsey vertelde in een boeiend betoog haar ervaringen met een door haar ontwikkeld schoolmaatschappelijk werkmodel waarin zij casemanagement combineert met TGH. Rond kinderen die op school uit de boot dreigen te vallen wordt een groep geformeerd bestaande uit leerkrachten, ouders, het betrokken kind zelf, eventueel klasgenoten, maatschappelijk werker, en eventueel andere betrokkenen. Deze groep komt regelmatig bij elkaar om door te nemen wat er speelt, wat er aan gedaan kan worden, wie wat doet, etc. Bailey- Dempsey heeft goede ervaringen met de inbreng van medeleerlingen.

De inbreng van Marsh was gericht op het onderricht in TGH. Op basis van onderzoek naar de effectiviteit van onderwijs in maatschappelijk methoden en de weerslag ervan in de praktijk kwam Marsh tot een aantal aanbevelingen. Marsh beschrijft projecten waarbij instellingen voor maatschappelijk werk kiezen voor een taakgerichte aanpak. Van belang is hierbij dat het management hierachter staat en daadwerkelijk deze stap ondersteunt. Opmerkelijk was de ervaring van Marsh dat er een kloof bleek tussen de intenties van de werkers en wat daar in de praktijk van terecht kwam. Zowel op het gebied van werken met taken als op het terrein van samenwerken met cliënten bleken de opvattingen van de werkers lang niet altijd gedeeld te worden door de cliënten. Van groot belang bleek dat de praktijk van het maatschappelijk werk zichtbaar gemaakt diende te worden en eveneens dat het maatschappelijk werk diende uit te gaan van de opvattingen van de cliënten over welke problemen er speelde en wat er gedaan kon worden. Het TGH model bleek een instrument dat bij deze opgaven goed aansloot. Invoering van TGH diende naast een duidelijk gestructureerde training van een dag of wat ook in te houden dat over een langere termijn zorgvuldig werd nagegaan hoe er in de praktijk mee werd gewerkt en waar nodig bij te sturen.

Jagt deed verslag van een kleinschalig onderzoek naar de toepassing van TGH in een aantal Nederlandse instellingen. De hiervoor genoemde maatschappelijk werkers waren met een gestructureerd TGH programma in hun praktijk aan het werk geweest en hadden hiervan uitvoerig verslag gedaan. De resultaten van deze verslagen gaven een beeld te zien van een gevarieerde toepassing van het model in uiteenlopende settings. Het werken met taken bleek in overwegende mate goede resultaten te hebben, cliënten werden geactiveerd om zelf aan hun problemen te werken. Om zichtbaar te maken wat met het werk bereikt wordt, is het nodig om begin- en eindsituatie helder te omschrijven. Hoewel dit een lastige opgaaf is, bleek in de meeste praktijksituaties dat zowel voor cliënten als voor de werkers deze duidelijkheid heel stimulerend te zijn. Jagt sprak de hoop uit dat dit soort praktijkonderzoeken in Nederland meer toepassing vinden.

Lou Jagt

Zandgouw 13

4847 RR Teteringen

telefoon 076-5874979

e-mail: papi@westbrabant.net

 


Lou Jagt

His master's voice in person: William Reid in Nederland

Veel maatschappelijk werkers, opgeleid in de laatste decennia, zijn bekend met de naam van William Reid en 'diens' taakgericht casework.of taakgerichte hulpverlening (TGH).

In de Verenigde Staten, maar ook daarbuiten, heeft het taakgericht werken een hele ontwikkeling doorgemaakt; het TGH-model is onder meer uitgewerkt voor verschillende typen problemen en voor het werken met verschillende systemen en doelgroepen. Mede om daarover te berichten was prof dr William Reid, samen met enkele andere Amerikaanse hoogleraren en een Engelse deskundige van de universiteit van Sheffield, eind april in Nederland. Hij werkte mee aan een internationaal congres over taakgericht werken, dat werd georganiseerd door de Hogeschool Brabant in Breda in samenwerking met de NVMW, en aan een in Breda gehouden landelijke studentenconferentie.

Reid, die jarenlang verbonden was aan de universiteit van Chicago, is nu leading professor aan de universiteit van Albany, New York. Hij heeft zeer veel publicaties op zijn naam staan over maatschappelijk werk onderzoek in het algemeen en taakgericht werken in het bijzonder. Hij is zelf opgeleid als maatschappelijk werker door onder andere de in ons land bij generaties maatschappelijk werkers bekende Helen Perlman. Perlman schreef in 1969 het voorwoord bij een beroemd geworden onderzoekspublicatie van Reid en Shyne, die min of meer beschouwd kan worden als startpunt van het taakgericht werken. Reid en Shyne toonden aan dat een kortdurende, gerichte maatschappelijk werk bemoeienis (van in totaal acht gesprekken) aan gezinnen in problemen evenveel of zelfs meer verbetering opleverde dan hulpverlening uitgesmeerd over een periode van anderhalf jaar.

William Reid is meer een schrijver dan een spreker; wie een indruk wil krijgen van zijn fabelachtige belezenheid en algemene kennis op het gebied van maatschappelijk werk en maatschappelijk werk onderzoek, doet er dan ook goed aan zijn boeken en artikelen ter hand te nemen. Prof. Cynthia Bailey Dempsey van de Columbia universiteit in New York, ook inleider op het congres, vertelde dat Reid van jaar tot jaar met gemak de ranglijst van social work publicaties in de VS blijft aanvoeren. Maar nu Reid Nederland aandoet, kan de gelegenheid om his master's voice ook letterlijk te horen toch niet onbenut blijven.

 

Wat zijn sterke kanten van TGH?

Primair natuurlijk de consumentgerichtheid. TGH knoopt heel systematisch aan bij de probleemomschrijving van de cliënt en de visie die deze heeft op zijn eigen belangen. Een ander sterk punt is natuurlijk de onderzoeksbasis van het model. De effectiviteit van TGH is in heel veel onderzoeken aangetoond. Ook de actiegerichtheid is een pre. en sluit goed aan bij de opvattingen die veel cliënten hebben over hulp: niet (alleen) praten, maar doen. TGH richt zich op de empowerment van cliënten, maar geeft ook maatschappelijk werkers houvast door de duidelijke -aan cliënten en derden makkelijk uit te leggen- structuur.

 

Welke beperkingen heeft het model?

Een van de beperkingen van het model is dat het geen eigen theorie heeft over de oorzaken van problemen en niet beschikt over een goed gefundeerde theorie over change. Het moet deze theorieën van andere benaderingen lenen. Hoewel het daar wel voor gebruikt wordt, is het model niet de eerste keus voor cliënten die vooral gericht zijn op zelfonderzoek. Het werkt het best met cliënten die in staat zijn op de een of andere manier zelf in actie te komen. Soms is dat onmogelijk, soms is het onnodig, en dan heeft werken met TGH geen zin. Het aantal problemen dat met TGH 'bewerkt' kan worden is echter schier ongelimiteerd, hetgeen door vele onderzoekspublicaties binnen en buiten de VS wordt aangetoond.

 

Er wordt wel beweerd dat TGH geen aandacht heeft voor de interactie cliënt-werker

Het klopt dat er nauwelijks aandacht is voor overdrachtsfenomenen in psychodynamische zin. Maar verder is de interactie tussen cliënt en werker van eminent belang; van meet af aan is er aandacht voor de verhouding tussen responsieve en systematische communicatie.

Er wordt grote nadruk gelegd op partnership met de cliënt, die zoveel mogelijk bij de aanpak betrokken wordt. Prof. Ronald Rooney (ook inleider op het congres) heeft zich gespecialiseerd in taakgericht werken met onvrijwillige cliënten; zelfs in relaties van dit type wordt door de werker intensief gezocht naar de keuzemogelijkheden die de cliënt (nog) heeft. Maar van de relatie alleen wordt het heil niet verwacht binnen TGH; de relatie is het vehikel voor interventies die empirisch gefundeerd zijn. Cliënten hebben behoefte aan meer of tenminste iets anders dan sympathie en meeleven die een buurman of een familielid te bieden hebben. Naast een professioneel gehanteerde relatie is dat wat ik nu maar even noem 'maatschappelijk werk technologie'.

 

Is social work made by white people for white people?

Ik ken deze uitdrukking, maar ben het niet eens met de strekking. TGH is van meet af aan cross-ethnic en cross-cultural van karakter. Jaren geleden is er een uitgebreid onderzoek gedaan naar toepassingsmogelijkheden van het model in zwarte gemeenschappen in Chicago, waarbij ook Africa-American social workers betrokken waren. Het model wordt gebruikt in Jarpan, Korea, India, Australie en Israel. In de VS in het toegepast met Native-Americans, de oorspronkelijke Indiaanse bevolkingsgroepen. Er is literatuur met een selectie aan toepassingen van het model voor etnische groepen, dus ik geloof niet dat 'made by white people for white people' op TGH van toepassing is. Tegelijkertijd kan niet ontkend worden dat de geciteerde uitspraak tot op zekere hoogte voor vrijwel elke benadering geldt; bij het werken met etnische groeperingen is doorgaans een zekere mate van aanpassing aan de cultuur nodig.

Vaak staan maatschappelijk werkers voor de opgave cliënten te helpen zelf verantwoordelijkheid op zich te nemen voor hun problemen. Als zij verwachten dat jij de zaken voor ze aanpakt, zul je toch moeten starten de problemen door hun ogen te bekijken. Hoe je vanaf dat punt verder gaat, hangt af van de specifieke cultuur en van het specifieke individu. Het kan zijn dat de werker in de beginsituatie meer actief is.

 

Wordt TGH vooral toegepast met individuele cliënten?

In de VS vindt TGH de meeste toepassing in het werken met individuele cliënten en gezinnen. Daarnaast is het uitgewerkt voor casemanagementteams, onder andere door Bailey-Dempsey bij schoolproblemen, en voor het werken in justitieel verband (Rooney). Charles Garvin en Ronald Rooney hebben TGH-groepsmodellen ontworpen en in de praktijk getoetst. Veelal gaat het om kleine groepen van vier tot zes personen, waarbij ieder groepslid werkt aan eigen problemen met eigen taken, waarbij de andere groepsleden en de werker fungeren als ondersteuningsgroep. Op die manier is onder meer gewerkt met daders van sexueel misbruik, met schoolkinderen en met vrouwen die moeilijk opleiding en gezinsverantwoordelijkheden konden combineren. In de loop van de jaren zijn TGH-toepassingen ontwikkeld voor werken met gezinnen, groepen, organisaties en gemeenschappen.

 

In welke richting zal TGH zich verder ontwikkelen?

Huidig onderzoek richt zich vooral op specifieke toepassingen van het model. De laatste jaren is veel energie gestoken in de ontwikkeling van taak-planners bij specifieke problemen. Van welke taken kan aangetoond worden dat ze 'werken' ? Uiteraard is het niet de bedoeling om een soort receptenboek te maken, terecht tekenden studenten op de studentenconferentie in Breda protest aan tegen mogelijk gebruik in deze sfeer: bij dit probleem doe je dat.... De bedoeling is wel om maatschappelijk werker en cliënt een overzicht te geven van taken die eerder bruikbaar bleken bij een bepaald probleem; de taskplanner dient hun keuzemogelijkheden te verruimen, niet te verengen. Voor ongeveer 150 psycho-sociale problemen is nu een task-menu opgesteld, dat uiteraard onder invloed van praktijkervaringen en onderzoek in de toekomst steeds bijgesteld zal worden.

Verschillende generaties onderzoekers houden zich bezig met TGH en dat zal nog wel even zo blijven. Aan de andere kant ben ik ervan overtuigd dat geen enkel model het eeuwige leven heeft. Je ziet dat aan de op- en neergang van het psychodynamische model. Ook TGH zal op de lange duur iets van zijn eigen identiteit verliezen in het samengaan met andere, nieuwe benaderingen. As you know, life goes on.

 

U signaleert in Social Service Review van juni 1997 een trend naar eclectisch werken

Ik denk dat eclectisch werken in de praktijk zal toenemen. Voor maatschappelijk werkers en andere hulpverleners is het een manier om gebruik te kunnen maken van de grote verscheidenheid aan methoden en modellen die ontwikkeld zijn en worden. Wil eclectisch werken niet verworden tot een hap-snap benadering dan is een systematisch framework nodig dat structuur en samenhang biedt. TGH biedt zo'n framework, dat de mogelijkheid biedt compatible benaderingen te integreren, maar het is niet het enige onder de zon. Kenmerkend voor TGH is de actie-orientatie, die goed aansluit bij gedragsgerichte, problem-solving en solution-focused modellen, bij reality therapie en gezinsbenaderingen die de nadruk leggen op het activeren van mensen bij het aanpakken van hun problemen.

 

Komen er niet erg veel modellen, en gaat dat niet ten koste van de overzichtelijkheid?

Onze hele westerse maatschappij kent een grote verscheidenheid aan producten en artikelen. Neem bijvoorbeeld de verscheidenheid aan auto's: wat is nu eigenlijk het verschil tussen een Toyota, een Honda en een BMW? Maar zo zit de wereld wel in elkaar en zo worden dingen ontwikkeld. Fabrikanten leggen de nadruk op de keuze die consumenten kunnen maken; ook maatschappelijk werkers en cliënten kunnen als consument beschouwd worden. Op het gebied van maatschappelijk werk zijn nu enkele honderden modellen beschikbaar, waarvan sommige een heel beperkte toepassing hebben. Het is niet allemaal even zinvol, maar het is wel de manier waarop het gaat.

 

Fabrikanten wijzen op het consumentenbelang, maar hun eerste belang is het maken van winst. Hoe zit dat bij het maatschappelijk werk?

Er is denk ik een zekere overeenkomst, het gaat om hetzelfde winstprincipe. Niet in de zin van making money, maar in de zin van iets creëren van jzelf, je eigen scheppeing maken, ergens -in samenwerking met collega's en studenten- je eigen stempel op drukken. Tegelijkertijd speelt natuurlijk mee dat je denkt hiermee iets voor anderen te bereiken. Je mag hopen dat onderzoekers en methodiek-ontwikkelaars een meer altruistische inslag hebben dan de lui van de auto-industrie, maar ik denk dat er wel sprake is van een parallel in motivaite. Daarover geen illusies.

Tenslotte: hoe ziet in uw ogen een goede opleiding voor maatschappelijk werkers er uit?

Ik denk dat studenten een hecht doortimmerd aanbod dienen te krijgen voor het begrijpen van menselijk gedrag en de wisselwerking tussen dat gedrag en de sociale omgeving. Ik vind dat de opleidingen zich meer op onderzoeksresultaten moeten baseren dan nu het geval is. Ik ben geen voorstander van een school die zich op één specifiek model baseert.

Studenten dienen in contact te komen met een variatie aan op onderzoek gebaseerde benaderingen en van daaruit een keuze kunnen maken. Mijn mening is dat studenten de taal en de uitgangspunten van verschillende methoden dienen te kennen en dat zij moeten leren denken in termen van systemen die elkaar aanvullen.

 

Lou Jagt

Zandgouw 13

4847 RR Teteringen

telefoon 076-5874979

e-mail: papi@westbrabant.net


[HOME]